1633: Woerdens weeskind in New York

zaterdag 8 maart 2014 t/m zondag 1 juni 2014

Dit voorjaar toont het Stadsmuseum Woerden werk van Jan Roelof van den Brink, voormalig minister van Economische Zaken en topman van de ABN AMRO Bank. Van den Brink wijdde de jaren na zijn carrière aan de kunst. Ook had hij veel belangstelling voor geschiedenis en het ontstaan van de Verenigde Staten. Hij werd gegrepen door het verhaal van Everardus Borgardus: een Woerdense wees die in de zeventiende eeuw als predikant vertrekt naar Nieuw Amsterdam, het huidige New York. In dit ruige, onontgonnen gebied verspreidde Bogardus het evangelie onder Indianen, Afrikaanse slaven en blanke kolonisten. Jan Roelof van den Brink beeldde dit wonderlijke levensverhaal af in 33 aquarellen.

Woerdens weeskind

Everardus Bogardus werd in 1607 geboren en kreeg de naam Evert Willemsz. Bogaert. In 1617, na de dood van zijn ouders en stiefvader, werden Evert en zijn broers in het nieuwe weeshuis van Woerden opgenomen. Evert volgde het normale basisonderwijs waarna hij in de leer ging bij kleermaker Gijsbert Aelbertsz. In deze periode werd hij ernstig ziek. Negen dagen lang, van 21 tot 30 juni 1622, zonderde hij zich af in het weeshuis en kon hij niet eten of drinken. In de negentig dagen daarna raakte hij verlamd, werd af en toe blind en kon hij niet praten of horen. Hierdoor raakte hij in een totaal isolement. Dan ziet Evert de verschijning van een engel die hem een goddelijke boodschap brengt. Hij dient zijn medemens te bekeren en ervoor te zorgen dat zij niet zondigen zodat Gods straffen hen bespaard blijven. Daarnaast heeft de engel nog een persoonlijke boodschap voor Evert; het is zijn roeping om predikant te worden. Deze hemelse boodschappen schreef hij dagen achtereen op kleine briefjes. Toen de weeskinderen zich om zijn bed verzamelden en psalmen zongen, verdwenen zijn klachten ineens. Zijn spraak en gehoor kwamen terug en Evert was weer helemaal de oude.

Latijnse school

Everts openbaring en enkele andere verschijningen en dromen daarna, waren zo spectaculair dat het nieuws zich snel buiten het weeshuis verspreidde. De boodschappen en verzen werden zelfs in Utrecht en Amsterdam gedrukt en uitgebracht onder de naam Waerachtige Geschiedenisse. Er werd besloten dat Evert niet meer terug hoefde naar de kleermakerij maar van nu af aan naar de Latijnse school mocht; de vereiste opleiding om predikant te worden. Een uitzonderlijk besluit aangezien Evert geen ouders meer had en zijn opleiding dus door de stad moest worden betaald. Op 17 juli 1627 werd Evert ingeschreven aan de Universiteit van Leiden waar hij colleges volgt aan de Theologische faculteit. Vanaf dat moment gebruikt Evert consequent de Latijnse vorm van zijn eigen naam, namelijk Everardus Bogardus.

De West-Indische Compagnie

Everardus houdt het niet lang vol aan de Leidse Universiteit en treedt na één jaar in dienst bij de West-Indische Compagnie. Na een periode als ziekentrooster in Fort Nassau aan de Kust van Guinee, werd hij op 15 juli 1632 officieel bevorderd tot predikant. De WIC zendt hem direct daarna uit naar de in 1624 gestichte kolonie Nieuw Nederland. Na een veel bewogen zeereis komt hij in 1633 aan in Fort Amsterdam op Manhattan.

Nieuw Nederland

Verschillende Hollandse bedrijven hadden in Nieuw Nederland handelsposten gesticht en voerden slaven in uit andere kolonies zoals Curaçao en Afrika. Bij zijn aankomst in Nieuw Amsterdam trof Everardus dan ook een smeltkroes aan van blanke kolonisten, Indianen en negers. De enkele predikant die hem voor was gegaan, vond de bevolking goddeloos en bandeloos en er was ‘geen gedaente van godtsaligheyt ofte gerechticheydt’ te vinden. De ruige en ongebonden kolonisten kwamen de afspraken met hun patroon niet na en waren onverschillig ten opzichte van de gereformeerde leer. Daarnaast was overmatig drankgebruik in één van de zeventien ’taphuysen’ een groot probleem.

Een nieuw leven

Op Manhattan zet Everardus zich als predikant in voor het geestelijk welzijn van zijn gemeente. Hij heeft een goede relatie met de Indianen en negers en probeert hen -zonder veel resultaat- te bekeren. In 1642 gaf hij opdracht tot de bouw van de eerste volwaardige kerk binnen Fort Amsterdam. Hoewel Everardus gereformeerd en zuiver in de leer was, stelde hij zijn kerk open voor alle christenen; zelfs de katholieken. Ook doopte en trouwde hij de kinderen van zwarte slaven. Dit gaf hen in theorie recht op vrijlating omdat christenen niet door andere christenen in slavernij gehouden mochten worden.

Anneke Jans

Hoewel vrouwen schaars waren in de begintijd van de kolonie trouwde Everardus in 1638 met Anneke Jans. Als weduwe in de ruige kolonie kon Anneke best wat mannelijke steun gebruiken en de predikant was een goede partij. Van haar eerste echtgenoot had ze een grote boerderij geërfd en van de opbrengsten konden Everardus en zijn nieuwe gezin net rondkomen. Het jonge gezin had het echter niet breed, want de West-Indische Compagnie was een notoire wanbetaler en Everardus kreeg vaak te laat of helemaal niet betaald.

Conflicten

Everardus' tijd in Nieuw Nederland werd gekenmerkt door conflicten met de directeuren van de West-Indische Compagnie. De Compagnie vond dat het handelsklimaat in de kolonie gebaat zou zijn bij een georganiseerde samenleving van hardwerkende en godvruchtige lieden. Zij namen Nederlandse predikanten in dienst om orde op zaken te stellen en de kolonisten regels en moraal bij te brengen. Behalve een predikant installeerde de WIC ook een directeur die alle politieke macht en verantwoordelijkheid bezat. Everardus zag zichzelf echter als de hoogste morele autoriteit en liet zijn gezag gelden onafhankelijk van persoon of functie. Zo ontstonden er slepende ruzies tussen hem en verschillende directeuren en officieren over hun zondige leven, gebrek aan respect en goddeloze politiek.

Kieft's War

Everardus’ grootste tegenstander was Willem Kieft die in 1638 als directeur in Nieuw Nederland aankwam. Kieft legde de Indianen in Nieuw Nederland belastingen op omdat het land in 1626 weliswaar van hen gekocht was maar zij er nog steeds woonden en er hun gewassen verbouwden. De Indianen hadden echter een heel andere opvatting van het begrip ‘bezit’ en vonden dat de kolonisten alleen hadden betaald voor het recht om het land te gebruiken. Dit conflict ontketende een strijd met vele slachtoffers die later Kieft’s War werd genoemd. Everardus veroordeelde Kieft’s politiek in de meest heftige bewoordingen. Kieft weigerde nog naar de kerkdienst van Everardus te komen en liet die zelfs verstoren door harde ketelmuziek. Everardus op zijn beurt steunde de kolonisten in hun protesten bij het Compagnie-bestuur in Amsterdam. Met resultaat: Willem Kieft werd vervangen door Peter Stuyvesant.

Schipbreuk

In 1647 gaan de aartsrivalen samen aan boord van de Prinses Amelia om in Amsterdam hun conflict op te lossen. De stuurman had helaas een drankprobleem en stond stomdronken achter het roer. Bij Engeland zeilde hij per ongeluk het Kanaal van Bristol binnen in plaats van het Nauw van Calais. Op 27 september 1647 vaart het schip op de zandbanken aan de kust van Wales en lijdt het schipbreuk. Van Everardus werd niets meer vernomen.

Aquarellen

Tijdens de koude winter van 1995-1996 raakte Jan Roelof van den Brink verslingerd aan het boek Wegen van Evert Willemsz. Een Hollands weeskind op zoek naar zichzelf, 1607-1647 van historicus Willem Frijhoff. Dit boek vormde de aanleiding voor een serie van 33 aquarellen. De werken zijn ‘geabstraheerd’: de werkelijkheid is teruggebracht tot geometrische vormen en op zichzelf staande kleurvlakken. Bij de meeste stukken gebruikte Van den Brink alleen aquarelverf, bij sommige kwam er ook inkt en krijt aan te pas. De aquarellen zijn niet bedoeld als historisch nauwkeurige weergaven van personen en gebeurtenissen. Ze geven in 33 ‘afleveringen’ het gevoel weer van de tijd van Bogardus. Omdat Van den Brink vooral de sfeer van de zeventiende eeuw wilde overbrengen, nam hij zwart, grijs en donkerblauw als basis die hij aanvulde met heldere, levendige kleuren. Een palet dat deels is geïnspireerd op zeventiende-eeuwse voorbeelden maar ook deels ontsproot aan Van den Brinks eigen fantasie.

Jan Roelof van den Brink (1915-2006)

Jan Roelof van den Brink was van 1948 tot 1952 minister van Economische Zaken en van 1964 tot 1978 lid van de Raad van Bestuur van de ABN AMRO Bank, de laatste jaren als voorzitter. Hij werd geboren in Laren als zoon van een tapijtfabrikant. Op school blonk hij uit in zowel economie als tekenen. Zijn vader wilde echter dat hij een beroep zou leren dus Jan Roelof studeerde af in de economie aan de Katholieke Hogeschool in Tilburg. Zijn carrière nam een hoge vlucht, maar zelfs als erkend econoom bleef hij schilderen. Elke avond na 22:00 uur trok hij zich terug om een snelle aquarel te maken. In de kantlijn van ministeriële documenten maakte hij vlugge schetsen en tekeningen van zijn collega’s verwikkeld in het vurige politieke debat. In 1978 op 62-jarige leeftijd nam hij afscheid van de bank en legde zich volledig toe op het schilderen. Hij had nauw contact met andere kunstenaars zoals Kees Verwey (1900-1995). Verwey, een schilder uit Haarlem, was bekend om zijn stillevens, portretten en aquarellen in een kleurrijke, impressionistische stijl.

Educatief project

Bij deze tentoonstelling heeft het KUVO een educatief project ontwikkeld. In samenwerking met het Stadsmuseum Woerden krijgen de leerlingen van het Kalsbeek College en het Minkema College een rondleiding door het museum en het weeshuis. Daarnaast wordt filmmateriaal ontwikkeld om ook de bovenbouw van beide scholen bekend te maken met het levensverhaal van de opmerkelijke Woerdenaar Everardus Bogardus.

Delen:

Nieuwsbrief

Leo Gestel

Leo Gestel

Rondleidingen

Rondleidingen in het Stadsmuseum